Kennisbank

Uraniumconversie: de onmisbare tussenstap tussen mijn en centrifuge

Bijgewerkt: 4 september 2026 · 5 min leestijd

Uraniumconversie is de industriële stap waarbij uranium uit de mijn wordt omgezet in een chemische vorm die geschikt is voor verrijking: uraniumhexafluoride, ofwel UF6. Zonder deze stap kan het uranium dat uit de grond komt nooit in een verrijkingsfabriek terechtkomen, en zonder verrijking is er geen splijtstof voor de meeste kerncentrales ter wereld.

Vergelijk het met ruwe olie die eerst geraffineerd moet worden voordat je er benzine van kunt maken. Uraniumerts wordt na de mijn eerst tot een grof poeder verwerkt, het beroemde 'yellowcake'. Dat poeder is echter een vaste stof, en de centrifuges die uranium verrijken hebben een gas nodig om te kunnen draaien. Conversie is de chemische fabriek die van dat poeder een gas maakt: onopvallend, weinig bekend bij het grote publiek, maar een onmisbare schakel in de splijtstofketen.

Wat is het precies?

De splijtstofketen van kernenergie kent grofweg vijf stappen: mijnbouw, malen tot yellowcake, conversie, verrijking en splijtstoffabricage. Yellowcake bestaat voornamelijk uit triuraniumoctoxide (U3O8), een stabiele vaste stof die prima is voor transport en opslag, maar chemisch niet geschikt voor de verrijkingsapparatuur.

Bij conversie wordt dat U3O8 in een aantal chemische stappen omgezet. Eerst naar uraniumtrioxide (UO3), dan naar uraniumdioxide (UO2), vervolgens naar uraniumtetrafluoride (UF4, ook wel 'groen zout' genoemd) en ten slotte naar uraniumhexafluoride (UF6). Dat laatste molecuul heeft een bijzondere eigenschap: het sublimeert al bij ongeveer 56 graden Celsius, het gaat dus rechtstreeks van vast naar gasvormig over. Precies die eigenschap maakt het bruikbaar in de gascentrifuges die tijdens verrijking het aandeel splijtbaar uranium-235 verhogen.

Er bestaan zowel natte als droge conversieprocessen, die vooral verschillen in de tussenstappen en het gebruik van oplosmiddelen versus gasreacties met fluorwaterstof (HF), een zeer bijtende stof die met de nodige veiligheidsmaatregelen wordt verwerkt. Het uiteindelijke UF6 wordt gestold in dikwandige stalen cilinders (het bekende 'Type 48Y'-model) en zo per spoor of schip vervoerd naar verrijkingsfabrieken.

Niet alle uranium hoeft trouwens verrijkt te worden. Reactoren van het CANDU-type, met name in Canada, draaien op natuurlijk (onverrijkt) uranium. Voor die reactoren stopt de keten bij UO2, en is er geen omzetting naar UF6 nodig. Er bestaat ook een omgekeerd proces, deconversie genoemd, waarbij overgebleven verarmd UF6 (het restproduct van verrijking) wordt teruggezet in de stabielere vorm U3O8, geschikter voor langdurige opslag.

Wat wil men ermee bereiken?

Het primaire doel van conversie is simpel: het maakt verrijking technisch mogelijk. Zonder een gasvormige verbinding kunnen centrifuges niet draaien en kan het aandeel splijtbaar materiaal niet worden verhoogd tot het niveau dat een reactor nodig heeft (doorgaans 3 tot 5 procent U-235 voor gangbare kerncentrales).

Daarnaast speelt een economisch en geopolitiek belang. UF6 is de gestandaardiseerde handelsvorm van uranium op de wereldmarkt, wat internationale handel en prijsvorming vereenvoudigt. En sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 is er een derde, nadrukkelijker doel bijgekomen: het verminderen van de afhankelijkheid van Russische conversie- en verrijkingsdiensten. Rusland was en is een grote speler in deze markt, en westerse landen willen hun splijtstofketen minder kwetsbaar maken voor geopolitieke spanningen of sancties.

Voorbeelden uit de praktijk

Een handvol fabrieken verzorgt vrijwel de volledige wereldwijde conversiecapaciteit buiten Rusland en China.

  • Orano Comurhex II (Malvési en Pierrelatte, Frankrijk) – de Franse nucleaire groep Orano (voorheen Areva) bouwde deze fabriek als vervanger van de verouderde Comurhex I-installatie; sinds de late jaren 2010 is dit een van de grootste conversielijnen ter wereld.
  • Cameco (Port Hope en Blind River, Ontario, Canada) – Cameco produceert in Blind River UO3 uit yellowcake en zet dat in Port Hope om in UF6. Na jaren van beperkte bezetting kondigde het bedrijf de afgelopen jaren investeringen aan om de capaciteit weer op te schroeven, mede door de aantrekkende vraag na 2022.
  • ConverDyn / Honeywell (Metropolis Works, Illinois, VS) – lange tijd de enige Amerikaanse conversiefabriek, maar in 2017 stilgelegd vanwege de lage uraniumprijzen destijds. Door de aangescherpte zorgen over Russische leveringen is er sindsdien hernieuwde belangstelling en zijn er stappen gezet om de fabriek weer operationeel te krijgen.
  • Rosatom / TVEL (Angarsk, Siberië, Rusland) – een van de grootste conversiefabrieken ter wereld en, voorafgaand aan 2022, een belangrijke leverancier van conversiediensten aan westerse nutsbedrijven.
  • CNNC (China) – bouwt en breidt eigen conversiecapaciteit uit, primair gericht op de snel groeiende binnenlandse vloot van Chinese kerncentrales.

Aan de andere kant van de keten werkt het Amerikaanse ministerie van Energie in faciliteiten bij Portsmouth (Ohio) en Paducah (Kentucky) aan de deconversie van decennialang opgeslagen verarmd UF6 naar de stabielere vorm U3O8, een opruimoperatie die voortkomt uit de Koude Oorlog-erfenis van verrijkingsactiviteiten.

Hoe ver is de techniek?

Chemisch gezien is uraniumconversie geen nieuwe wetenschap; het proces bestaat al sinds het begin van het nucleaire tijdperk en wordt met beproefde industriële chemie uitgevoerd. De echte uitdaging zit niet in het uitvinden van nieuwe technologie, maar in capaciteit, diversificatie en veiligheid.

Vóór 2022 werd de wereldmarkt gedomineerd door een klein aantal spelers, met Rusland als een van de grootste aanbieders, ook voor klanten buiten Rusland. Na de invasie van Oekraïne kozen veel westerse nutsbedrijven en overheden ervoor Russische conversie- en verrijkingsdiensten te vermijden, wat leidde tot krapte en flink hogere conversieprijzen op de markt.

Als reactie investeren westerse producenten in uitbreiding: Orano verhoogt capaciteit in Frankrijk, Cameco breidt uit in Canada, en in de Verenigde Staten wordt gewerkt aan het weer opstarten en moderniseren van de Metropolis-fabriek. Dat gaat echter niet snel. Het bouwen, vergunnen of heropstarten van een conversiefabriek kost al gauw meerdere jaren, onder meer door strenge veiligheidseisen rond het gebruik van fluorwaterstof, de noodzaak van gekwalificeerd personeel en een beperkt aanbod van de speciale stalen transportcilinders. Deskundigen wijzen erop dat de mondiale conversiecapaciteit daardoor de komende jaren een mogelijke bottleneck blijft voor de bredere ambities om kernenergie op te schalen.

Wie werken eraan?

De belangrijkste industriële spelers zijn Orano (Frankrijk), Cameco (Canada), ConverDyn, een samenwerkingsverband waarin Honeywell een centrale rol speelt (Verenigde Staten), Rosatom/TVEL (Rusland) en CNNC (China). In het Verenigd Koninkrijk verwerkt Westinghouse op de Springfields-site uranium tot UO2, vooral bestemd voor reactoren die geen verrijkt uranium nodig hebben.

Toezicht en controle liggen bij het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), dat via veiligheidswaarborgen (safeguards) toeziet op verantwoord gebruik van nucleair materiaal, en bij nationale regelgevers zoals de Amerikaanse Nuclear Regulatory Commission (NRC). Brancheorganisaties zoals de World Nuclear Association volgen en publiceren over de marktontwikkelingen in dit deel van de splijtstofketen.

Verder lezen