Chipafschrijving: waarom chips en chipfabrieken razendsnel in waarde dalen
Stel je koopt een gloednieuwe smartphone voor 1000 euro. Na een jaar is hij nog maar 600 euro waard, niet omdat hij kapot is, maar omdat er alweer een snellere, betere versie op de markt is. Met computerchips gaat het nog extremer: de machines waarmee ze gemaakt worden, de fabrieken waarin die machines staan, en soms zelfs de chips zelf die nog in het magazijn liggen, kunnen in boekhoudkundige zin al waarde verliezen voordat ze goed en wel gebruikt zijn. Dat proces heet chipafschrijving.
Het is geen technologie die je kunt aanraken, maar een financieel-economisch verschijnsel dat de hele halfgeleiderindustrie stuurt. Chipbedrijven investeren tientallen miljarden euro's in fabrieken en apparatuur die binnen een paar jaar verouderd kunnen zijn, en soms moeten ze zelfs voorraden chips afboeken omdat overheden plotseling het exporteren ervan verbieden. Wie begrijpt hoe chipafschrijving werkt, snapt ook waarom chips zo duur zijn, waarom bedrijven als Nvidia en Samsung soms miljardenverliezen aankondigen, en waarom de chipindustrie zo gevoelig is voor geopolitiek.
Wat is het precies?
Afschrijving is in de basis een boekhoudkundig begrip. Als een bedrijf een dure machine koopt, mag het de kosten daarvan niet in één keer van de winst aftrekken. In plaats daarvan wordt de aankoopprijs uitgesmeerd over de verwachte gebruiksduur, de zogeheten afschrijvingstermijn. Een vrachtwagen die tien jaar meegaat, wordt bijvoorbeeld in tien jaarlijkse stukjes afgeschreven.
In de chipindustrie ligt dat anders. Een lithografiemachine van het Nederlandse ASML, die met licht piepkleine patronen op een siliciumplak (wafer) belicht, kost tussen de honderd miljoen en meer dan driehonderd miljoen euro per stuk. Zulke machines kunnen technisch tientallen jaren meegaan, maar worden vaak al binnen vijf tot zeven jaar volledig afgeschreven. De reden is niet slijtage, maar veroudering: over een paar jaar is er een nieuwere generatie machines die kleinere, snellere en zuinigere chips kan maken. Wie dan nog met oude apparatuur werkt, verliest de concurrentieslag.
Naast deze normale, geplande afschrijving bestaat er ook de zogeheten bijzondere waardevermindering of impairment. Dat gebeurt wanneer de waarde van een fabriek, machine of voorraad plotseling en onverwacht daalt, bijvoorbeeld doordat de vraag instort, een technologie mislukt, of een overheid verkoop plotseling verbiedt. Het bedrijf moet dan in één keer een fors bedrag afboeken, wat direct op de winst drukt. Dit soort afboekingen zijn het die vaak in het nieuws komen als 'chipafschrijving'.
Er is nog een derde vorm: voorraadafschrijving. Geheugenchips en processoren zijn bederfelijke waar in economische zin. Als de markt verzadigd raakt of een nieuwere chipgeneratie verschijnt, dalen de prijzen van bestaande voorraden hard. Bedrijven moeten die voorraad dan tegen een lagere waarde in de boeken zetten, ook als de chips zelf technisch perfect werken.
Wat wil men ermee bereiken?
Het doel van afschrijving is in de eerste plaats eerlijke boekhouding. Boekhoudregels zoals de internationale IFRS-standaarden en de Amerikaanse US GAAP-regels verplichten bedrijven om de waarde van hun bezittingen realistisch weer te geven. Als een fabriek economisch minder waard is geworden, mag die niet langer tegen de oorspronkelijke aankoopprijs op de balans blijven staan. Beleggers, banken en toezichthouders moeten kunnen vertrouwen op cijfers die de werkelijkheid benaderen.
Voor de chipindustrie zelf speelt er meer. Omdat de sector zo kapitaalintensief is, wordt afschrijving een strategisch instrument. Een snellere afschrijvingstermijn duwt bedrijven om sneller te investeren in nieuwe apparatuur, wat weer aansluit bij de wet van Moore: de vuistregel dat het aantal transistors op een chip ongeveer elke twee jaar verdubbelt. Trager afschrijven zou de boekhoudkundige winst op korte termijn verbeteren, maar geeft een vertekend beeld van hoe snel de technologie eigenlijk veroudert.
Daarnaast is er een geopolitieke laag bijgekomen. Westerse overheden, vooral de Verenigde Staten, gebruiken exportcontroles om te bepalen welke geavanceerde chips wel en niet naar landen als China mogen. Wanneer zulke regels plotseling veranderen, kunnen bedrijven van de ene op de andere dag voorraden of orders kwijtraken die ze niet meer legaal kunnen leveren. De verplichting om dat eerlijk in de boeken te verwerken, laat zien hoe techniek, handel en politiek inmiddels onlosmakelijk verbonden zijn.
Voorbeelden uit de praktijk
Nvidia en de H20-chip (2025). In april 2025 maakte de Amerikaanse chipontwerper Nvidia bekend een boekhoudkundige last van ongeveer 5,5 miljard dollar te moeten nemen. De Amerikaanse overheid had nieuwe exportvergunningen verplicht gesteld voor de H20, een kunstmatige-intelligentiechip die Nvidia speciaal had ontworpen om nog net legaal aan Chinese klanten verkocht te mogen worden. Doordat de vergunningen niet op tijd kwamen, bleef Nvidia zitten met voorraad en bestellingen die het niet kon leveren, en moest het die waarde afschrijven.
Geheugenchipcrisis 2022-2023. Na de coronapandemie kelderde de vraag naar geheugenchips (DRAM en NAND-flash) plotseling, terwijl fabrikanten juist volop hadden geïnvesteerd in extra productie. Grote spelers als Samsung, SK Hynix en het Amerikaanse Micron moesten forse voorraadafschrijvingen nemen en draaiden tijdelijk zelfs verlies op hun geheugendivisies, ondanks dat de chips zelf niets mankeerden.
Intel's fabrieksherziening (2024). Intel kondigde in 2024 grote herstructureringen en waardeverminderingen aan op onderdelen van zijn fabrieksnetwerk, terwijl het bedrijf worstelde om zijn geavanceerde procestechnologie op tijd concurrerend te krijgen met TSMC en Samsung. Vertragingen in nieuwe procesknopen (de aanduiding voor de mate van miniaturisatie, zoals '18A' of '3 nanometer') maken oudere fabrieken sneller economisch verouderd.
TSMC en de kosten van geavanceerde nodes. De Taiwanese chipreus TSMC, veruit de grootste contractproducent van chips ter wereld, geeft in zijn jaarverslagen aan dat afschrijving een van de grootste kostenposten is, vaak goed voor ruim een derde van de omzet. Dat komt doordat elke nieuwe fabriek voor de nieuwste procesgeneratie tientallen miljarden dollars kost en binnen enkele jaren alweer wordt opgevolgd door een nog geavanceerdere fabriek.
Hoe ver is de techniek?
Chipafschrijving is geen opkomende technologie die nog moet 'rijpen', maar een gevestigde boekhoudkundige praktijk die al decennia bestaat. Wat wel verandert, is de snelheid en de omvang ervan. Doordat chipfabrieken steeds duurder worden, een moderne geavanceerde fabriek kan tegenwoordig twintig tot dertig miljard dollar kosten, worden afschrijvingslasten een steeds grotere en zichtbaardere post op de balansen van chipbedrijven.
Een belangrijke onzekerheid is de onvoorspelbaarheid van geopolitieke maatregelen. Exportregels rond geavanceerde chips en chipmachines, zoals die van ASML, worden regelmatig aangescherpt of aangepast, vaak met weinig aankondigingstijd. Dat maakt het voor bedrijven lastig om vooraf in te schatten welke investeringen en voorraden hun waarde behouden. Analisten waarschuwen dat de sector daardoor gevoeliger is geworden voor plotselinge, grote afboekingen dan een aantal jaar geleden.
Ook de huidige golf van investeringen in AI-chips brengt risico's met zich mee. Bedrijven bouwen in hoog tempo nieuwe datacenters en fabrieken vol gespecialiseerde AI-processoren. Mocht de vraag naar AI-rekenkracht tegenvallen of verschuiven naar andere chipontwerpen, dan bestaat het risico dat een deel van die investeringen sneller dan gepland moet worden afgeschreven, vergelijkbaar met wat er in 2022-2023 met geheugenchips gebeurde.
Wie werken eraan?
Chipafschrijving wordt niet 'ontwikkeld' zoals een technologie, maar wordt gevormd door een samenspel van partijen. Boekhoudkundige standaardorganisaties zoals de International Accounting Standards Board (IASB, verantwoordelijk voor IFRS) en de Amerikaanse Financial Accounting Standards Board (FASB) stellen de regels op waaraan bedrijven zich moeten houden.
De grote chipbedrijven zelf, zoals Nvidia, Intel, Samsung, SK Hynix, Micron en TSMC, zijn degenen die deze regels in de praktijk toepassen en periodiek verantwoording afleggen aan beleggers en toezichthouders zoals de Amerikaanse beurswaakhond SEC. Ook toeleverancier ASML, marktleider in lithografiemachines, speelt een sleutelrol: de prijs en levensduur van hun apparatuur bepalen mede hoe snel klanten moeten afschrijven.
Daarnaast bepalen overheden, met name die van de Verenigde Staten, China en Nederland (vanwege ASML), via exportcontroles en handelsbeleid indirect hoeveel en hoe plotseling chipbedrijven moeten afschrijven. Brancheorganisaties zoals de Semiconductor Industry Association (SIA) volgen en rapporteren deze ontwikkelingen voor de sector als geheel.