Klimaat & energie › Groene waterstof & e-fuels
Duitsland herhaalt Russisch-gasstrategie, nu met waterstof in plaats van aardgas
Duitsland bouwt zijn energiebeleid na het wegvallen van Russisch gas om tot een waterstofstrategie. Uit een analyse van energie-adviesbureau TFIE Strategy blijkt dat vooral bestaande gasinfrastructuur en -bedrijven overeind blijven, terwijl bewijs voor echte marktvraag naar waterstof ontbreekt.
Een nieuw Duits subsidieprogramma voor waterstofvrachtwagens en tankstations kreeg 526 aanvragen voor in totaal 455 miljoen euro, terwijl er maar 220 miljoen euro beschikbaar was. Op het eerste gezicht lijkt dat bewijs van grote vraag naar waterstof in het vrachtvervoer. Volgens analist Michael Barnard van het Canadese adviesbureau TFIE Strategy vertellen de subsidievoorwaarden een ander verhaal. De overheid vergoedt tot 50 procent van de investering in een tankstation en tot 80 procent van de meerprijs van een waterstofvrachtwagen ten opzichte van een gewone diesel. Bovendien krijgen combinaties van tankstation én wagenpark voorrang, en hoeft het wagenpark maar 10 procent van de dagcapaciteit van een station te gebruiken. Dat bewijst volgens Barnard vooral dat bedrijven graag subsidie aanvragen, niet dat vervoerders zelf voor waterstoftrucks kiezen die op brandstofcellen rijden.
Van genationaliseerd Gazprom-bedrijf tot pijpleidingreus
Het subsidieprogramma staat niet op zichzelf. Het past in een langer traject waarin Duitsland zijn gasinfrastructuur en -instituties een nieuwe toekomst geeft na het wegvallen van Russisch gas. Tijdens de energiecrisis van 2022 werd Gazprom Germania onder staatstoezicht geplaatst en genationaliseerd. Het bedrijf ging verder onder de naam SEFE (Securing Energy for Europe). In 2024 kocht SEFE het resterende belang van 50,02 procent in WIGA, de moedermaatschappij van pijpleidingbeheerders GASCADE en NEL. Die pijpleidingen vormen inmiddels zo'n 20 procent van het Duitse waterstofkernnet. In eigen communicatie noemde SEFE de aankoop een uitbreiding van zijn 'gereguleerde activabasis': bezit waarop het bedrijf decennialang gegarandeerd rendement mag maken. Duitsland redde daarmee niet alleen de voormalige Gazprom-dochter, maar gaf het ook een groter pijpleidingbezit en een waterstofopdracht die de waarde ervan jarenlang veiligstelt.
GASCADE zette al circa 400 kilometer voormalige aardgasleiding tussen de Baltische kust en Saksen-Anhalt om voor waterstoftransport, waaronder een deel van OPAL Noord. Die leiding werd ooit aangelegd om gas van Nord Stream 1 landinwaarts te vervoeren. Hergebruik van bestaande pijpleidingen kan goedkoper zijn dan nieuwe leidingen aanleggen, mits de schaal klopt. Volgens Barnard gaat het mis in de volgorde: normaal gesproken bouw je infrastructuur op basis van bewezen vraag en aanbod. In Duitsland kwam de pijpleiding eerst, waarna beleid werd gemaakt om alsnog vraag en aanbod te creëren.
Een pijpleiding die om subsidie vraagt
De hoofdleiding van GASCADE heeft een diameter van 1,5 meter, een omvang die past bij een volledige waterstofeconomie en niet bij de huidige, veel kleinere industriële vraag naar waterstof als grondstof. Een lege pijpleiding wordt zo zelf een argument voor nieuwe subsidies: elektrolysers moeten worden gesteund omdat de pijp aanbod nodig heeft, industriële omschakelingen omdat de pijp klanten nodig heeft, en vrachtwagens en tankstations omdat waterstof zichtbare vraag buiten de industrie nodig heeft. Waterstoftankstations halen wereldwijd te weinig volume om hun vaste kosten terug te verdienen, ook in Duitsland. Een subsidie kan een station bouwen, maar maakt lage doorstroom niet rendabel. Franse en Duitse economische adviseurs concludeerden in 2025 dat overheden voorrang moeten geven aan elektrische trucks met depot- en megawattladers, in plaats van waterstof als gelijkwaardig alternatief te behandelen. Duitsland trekt weliswaar 1 miljard euro uit voor laadinfrastructuur voor zware elektrische vrachtwagens, maar de subsidiebalans blijft scheef: batterijtrucks krijgen steun voor het laadnetwerk dat ze nodig hebben, terwijl waterstoftrucks daarbovenop tot 80 procent van hun meerprijs vergoed krijgen. Barnard erkent dat Duitsland wel degelijk waterstof nodig heeft, bijvoorbeeld als grondstof voor ammoniak en chemie. Een complete gaseconomie overeind houden om elke pijpleiding, elke instelling en elke vraagprognose uit de hoogtijdagen van het waterstofoptimisme te redden, is volgens hem echter niet nodig.
Achtergrond & begrippen
Wat betekent dit voor de toekomst? Deze analyse laat zien dat grootschalige infrastructuurkeuzes soms eerder voortkomen uit het behoud van bestaande bedrijven en pijpleidingen dan uit bewezen marktvraag. Voor de energietransitie is dat relevant: subsidies die eerst infrastructuur bouwen en daarna vraag proberen te creëren, kunnen jarenlang geld kosten zonder dat waterstof concurrerend wordt met alternatieven zoals batterij-elektrisch vervoer.
- SEFE
- Securing Energy for Europe, het voormalige Duitse Gazprom-onderdeel dat in 2022 werd genationaliseerd en nu actief is in gashandel, -opslag en pijpleidingen.
- GASCADE
- Duitse pijpleidingbeheerder die aardgasleidingen ombouwt voor het transport van waterstof.
- WIGA
- De moedermaatschappij van pijpleidingbeheerders GASCADE en NEL, sinds 2024 volledig eigendom van SEFE.
- Gereguleerde activabasis
- Bezit, zoals pijpleidingen, waarop een bedrijf van de toezichthouder een gegarandeerd rendement mag verdienen, ongeacht hoeveel het daadwerkelijk wordt gebruikt.
- Waterstofkernnet
- Het geplande hoofdnetwerk van pijpleidingen waarmee Duitsland waterstof door het land wil transporteren.
- Elektrolyser
- Apparaat dat met elektriciteit water splitst in waterstof en zuurstof, de basis van groene waterstofproductie.
- Brandstofcel
- Systeem dat waterstof en zuurstof omzet in elektriciteit, gebruikt om onder meer vrachtwagens aan te drijven.
Bronnen
Dit artikel is met behulp van AI geschreven op basis van bovenstaande bronnen en is geen letterlijke vertaling. Zo werkt onze redactie.